achtergrondinformatie
Niet-centraliserende klachten
In Duitsland heb ik veel patiënten behandeld, die de pijn in hun been niet konden laten centraliseren. Dit is het geval bij 20-30% van de subacute en 50 % van de chronische rugklachten.1 Bij zulke patiënten werd door MRI altijd een bij het klinisch beeld passende hernia vastgesteld. Een onderzoek heeft aangetoond, dat onafhankelijk van het feit of ischialgie-patiënten vroeg, later of niet geopereerd werden, de resultaten na 1 jaar vergelijkbaar zijn.2 Het blijkt dus zinvol ook bij dergelijke patiënten over de vorm en inhoud van een optimale conservatieve therapie na te denken. Ik heb bij deze patiëntengroep op iets langere termijn zeer goede resultaten gezien. Hiervoor gebruikte ik een combinatie van:
De houdings- en bewegingsinstructie lijkt hier essentieel. Deze mensen hadden bijna allemaal een langere voorgeschiedenis van vaker terugkerende en ernstiger wordende rugklachten. Al deze mensen begonnen hun geschiedenis met schijnbaar onschuldige aspecifieke lage rugklachten. Dit bevestigt mijn idee, ook deze rugklachten direct goed te behandelen om dit verloop en hoge kosten te voorkomen. Slechts enkele patiënten kregen net na het begin van de therapie een ernstige verergering en moesten worden geopereerd. Bij de meesten van hen namen na korte tijd van therapie de verergeringen snel af. Het leek alsof ze door elke kortdurende terugval een leereffect ondergingen, die ze de noodzaak van het vermijden van teveel buiging beter bewust deed worden. De zithouding kon goed worden gecontroleerd door een blik in de wachtkamer of als de patiënt pauzeerde in de trainingsruimte. Na 3 maanden tot maximaal een jaar verdwenen of verbeterden bij de meesten de klachten compleet. Slechts enkele personen lieten zich na langere therapie uiteindelijk opereren wegens gebrek aan voldoende verbetering.
Bij de gebruikelijke conservatieve therapie krijgen de patiënten pijnmedicatie naar behoefte en alleen indien nodig begeleiding van de fysiotherapeut. Deze fysiotherapie heeft tot doel angsten bij de patient af te bouwen en hem te stimuleren weer geleidelijk meer gaan te bewegen.
Een bewijs of mijn aanpak snellere en/of betere resultaten oplevert als deze gebruikelijke conservatieve therapie is bij mijn weten nog niet geleverd.<<<
1) Long A, e.a., does it matter which exercise? 2004.
2) Peul W, e.a., Surgery versus prolonged conservative treatment for sciatica, 2007.