Meetinstrumenten
Verbetering meten van patiëntenklachten kan op verschillende wijze, doch niet alle meetinstrumenten zijn altijd even geschikt om de klachten en klachtenbeleving in beeld te brengen. Vaak is er sprake van pijn, soms (ook) van hinder bij het functioneren. Dit hoeft echter niet. Sommige patiënten hebben last van andere klachten zoals stijfheid, een trekkend of zeurend gevoel en/of tintelingen, zonder duidelijke pijn of functiebeperking.
De Pijn met Visual Analogue Scale (VAS).
Men vraagt de patiënt de pijn op een schaal van 0 tot 10 een waarde te geven. 0 is geen pijn, 10 is maximaal voorstelbare pijn. Met dit instrument heb ik 2x de maximaal ervaren pijn van de laatste 24 uur proberen vast te leggen (bij intake en afsluitzitting). Patiënten ervaren pijn verschillend en geven bij dezelfde pijn waarschijnlijk verschillende scores aan. De resultaten zijn dan ook niet goed tussen patiënten te vergelijken. Een hoge beginscore geeft een betere mogelijkheid tot verbetering. Stekende pijn kan zeer intensief zijn en hoog scoren, een continue mindere ernstige pijn kan echter ook zeer vervelend en veel hinder veroorzaken.
Quebec Back Pain Disability Scale (QBPDS).
Dit is een vragenlijst met 20 vragen, die vraagt naar de mate van hinder die patiënten ondervinden van hun rug tijdens het uitvoeren van alledaagse functies. voor elke vraag is een score van 0 tot 5 punten mogelijk. 0 is geen hinder, 5 is maximale hinder/ functie onmogelijk. De punten worden opgeteld, zodat er theoretische score van 0 tot 100 punten mogelijk is. De patiënten dienen de Nederlandse taal goed te beheersen, anders ontstaan er al snel fouten. Hierdoor is de lijst niet altijd bruikbaar. Zelfs bij goede taalbeheersing ontstaat er snel begripsverwarring. Zo wordt er onder andere gevraagd naar hinder door de rugklachten bij hardlopen of een bal werpen, iets wat veel oudere patiënten al jaren niet meer hebben gedaan. Onder bed opmaken verstaat ook ieder wat anders (het dichtklappen of het geheel verschonen) en bij iets uit de koelkast pakken, melden sommigen dat hun koelkast hoog staat en begrijpen het probleem niet. Op het moment dat men deze patiënten gaat helpen met het invullen, bestaat het gevaar van beïnvloeding. Ook heeft deze schaal een deel subjectieve klachtbeleving. Er zijn mensen die ondanks veel pijn zich niet willen laten hinderen door hun klachten en gewoon alles uitvoeren. Anderen hebben veel (te veel) angst en scoren in het begin buitengewoon hoog.
De essentiële vraagnaar resultaten (RES)
Om de resultaten verder te objectiveren werd door mij aan het einde van de therapie de volgende belangrijke vraag gesteld:
“ Hoeveel procent klachtenvermindering ervaart u in vergelijking met het moment voordat u de therapie begon?”
Als beginmoment wordt de klacht op 100% gesteld. Als de eerste zitting lang geleden is, wordt de schriftelijk vastgelegde klachtenomschrijving van de eerste zitting nog eens herhaald. Deze vraag omvat het hele scala aan klachten en functiebeperkingen waar de patiënt voor gekomen is, zijn hulpvraag. Ook de subjectieve klachtenbeleving speelt hierbij een grote rol. Misschien had de patiënt aan het begin veel angst en voelde hij zich machteloos (de klacht is vaak schijnbaar vanzelf ontstaan) Aan het einde van de therapie heeft de patiënt door de eigenwerkzaamheid van mijn therapie vaak het gevoel de klachten zelf te kunnen beheersen. Deze mindere bedreiging vermindert op deze wijze de gevoelde pijn en functiebeperking. De verbeterde klachtenbeleving is een belangrijk en legitiem doel van de therapie. Bijna alle patiënten (jong/ oud van buitenlandse afkomst) twijfelden niet lang over het beantwoorden van deze vraag, zodat ik denk dat hier zeer weinig grove meetfouten ontstaan. Als er twijfel was, bedroeg die hoogstens 5 % (Ben ik nu 90% of 95% verbeterd?).
Deze vraag is volgens mij de belangrijkste, eenvoudigste en objectiefste manier om uitkomsten te meten.
Het gevoel van zichzelf verder te kunnen genezen kwam vaker voor. Als dit gecombineerd was met het inzicht, dat de totale genezing nog langer zou duren, werd in overleg besloten om de therapie al te stoppen bij een resultaat van 70%.
De vermelde resultaten bij de afsluiting behoeven door de aard van mijn therapie dus geen eindresultaat te zijn.
Dit effect vermindert zowel de hoogte van de gemeten resultaten, als ook het aantal benodigde zittingen.
lees verder: de uitkomsten